Je hebt geen schoolkalender nodig als je vlak achter een basisschool woont. Je hoeft ook niet op internet te kijken wanneer de zomervakantie voorbij is. Je hoort het vanzelf. Zo rond kwart over acht begint het. Eerst nog wat voorzichtig geroezemoes, maar al snel gevolgd door praten, roepen, schreeuwen en vooral gillen. Heel veel gillen. Soms klinkt het alsof er op het schoolplein een klein drama van ongekende omvang plaatsvindt. Je staat bijna op het punt om 112 te bellen omdat je ervan overtuigd bent dat er minstens één kleuter op gruwelijke wijze om het leven wordt gebracht. Maar nee hoor. Ze zijn gewoon aan het spelen. Wij wonen pal achter een basisschool en dus krijgen we van maandag tot en met vrijdag het volledige programma mee. Voor schooltijd de aankomst van de kinderen, daarna de pauzes en als de lessen voorbij zijn, is er natuurlijk nog de naschoolse opvang. En kinderen spelen nu eenmaal niet in stilte.

Er wordt gevoetbald, gebasketbald en gerend. En vooral die ballen kunnen zich behoorlijk nadrukkelijk manifesteren. Een stuiterende basketbal die minutenlang hetzelfde ritme volhoudt, kan op den duur enige irritatie veroorzaken. Boem, boem, boem, boem… Maar ach. Toen we hier kwamen wonen, stond die school er al. We wisten dus waar we aan begonnen. Bovendien komen wij allebei uit het onderwijs, dus een school in de achtertuin schrikt ons niet zo snel af. Al moet ik er eerlijk bij zeggen dat het in het hbo, waar wij werkten, toch iets anders toeging. Daar liepen ook genoeg studenten rond die van zich konden laten horen, maar echte gillende keukenmeiden waren toch wat zeldzamer.

Onze nieuwe buurman heeft er wat meer moeite mee. Hij is inmiddels met de gemeente in gesprek over de mogelijkheden om geluidswallen te plaatsen. Ik geef hem niet heel veel kans, want een basisschool produceert nu eenmaal geluid. Mocht het hem toch lukken, dan zullen wij natuurlijk niet demonstratief eisen dat er ter hoogte van onze tuin een gat in die geluidswal wordt gemaakt. We profiteren dan gewoon mee. Maar echt nodig vinden wij het niet. Eigenlijk brengt zo’n school juist leven in de brouwerij. Om kwart over acht gaat de volumeknop open en ergens rond vijf uur ’s middags wordt hij weer dichtgedraaid. Daarna keert de rust terug. In de weekenden is het stil en tijdens de vakanties ook. En juist daardoor merk je ineens heel duidelijk wanneer de zomervakantie voorbij is.

Dat is trouwens niet alleen aan de school te merken. Ook in ons dorp verandert er iets. Al is het verschil tussen hoog- en laagseizoen tegenwoordig lang niet meer zo scherp als vroeger. Ooit kwamen de vakantiegangers – bij ons in Zeeland zijn dat natuurlijk heel veel Duitsers en Belgen – vooral in juli en augustus. Daarna vertrokken ze weer en kregen we het eiland min of meer terug. Die tijd is voorbij. Al enige jaren begint de toeristische toestroom al rond Pasen. Daarna wordt het steeds drukker en in juli en augustus bereikt het zijn hoogtepunt. Maar september is allang geen stille maand meer. Ook dan rijden de auto’s met Duitse en Belgische kentekens nog volop over Noord-Beveland en zitten de terrassen bij mooi weer gewoon vol. Eigenlijk duurt het tot november voordat het eiland echt tot rust komt.

En dat heeft natuurlijk ook zijn charme. Wij wonen tenslotte op een plek waar andere mensen graag hun vakantie doorbrengen. Dat is soms druk, maar tegelijkertijd ook een aardig compliment voor de omgeving waarin je zelf iedere dag wakker mag worden. Afgelopen zaterdag zaten we trouwens tussen een heel ander soort tijdelijke drukte: nieuwe inwoners. De gemeente had een boerenontbijt georganiseerd voor mensen die hier onlangs zijn komen wonen. Nu behoren wij inmiddels niet meer tot die categorie, maar mijn schoonmoeder wel. En nieuwe inwoners mogen blijkbaar begeleiding meenemen, dus wij offerden ons geheel belangeloos op. Zo zaten we zaterdagmorgen rond negen uur te luisteren naar de welkomstwoorden van de burgemeester. Daarna mochten we aanvallen. En dat was bepaald geen straf. Er stonden rijk gevulde maaltijdstands met allerlei soorten belegde broodjes, gebakken eieren, spek en natuurlijk voldoende te drinken. Een stevig boerenontbijt dus, waarbij niemand bang hoefde te zijn dat hij met honger naar huis zou gaan. Maar het leukste was eigenlijk niet eens het eten. We raakten aan de praat met andere nieuwe inwoners van de gemeente. Mensen die om heel verschillende redenen hiernaartoe zijn gekomen en die allemaal bezig zijn hun plekje te vinden. Het leverde leuke gesprekken op en het was vooral erg gezellig. Na afloop kreeg moeders nog wat presentjes en informatiefolders mee. Voor mijn schoonmoeder natuurlijk bijzonder nuttig. Wij weten inmiddels aardig waar alles te vinden is, maar een presentje weigeren omdat je al wat langer in de gemeente woont, zou natuurlijk buitengewoon onbeleefd zijn geweest. En zo zitten we alweer in september. De zomervakantie is voorbij, de scholen zijn begonnen, de kinderen achter ons huis gillen weer alsof hun leven ervan afhangt en de basketballen stuiteren weer dat het een lieve lust is. Ondertussen fietsen de toeristen nog door het dorp, zitten de terrassen nog vol en maken nieuwe inwoners kennis met hun nieuwe woonomgeving. Nog een maand of twee en dan wordt het echt rustig. Tot die tijd genieten we gewoon van al dat leven in de brouwerij.