Opnieuw een flinke klusweek. Of eigenlijk moet ik zeggen: wat een klussenmaanden. Want wat deze week gebeurt, begon al in oktober. Het huis werd van binnen flink verbouwd i.v.m. de komst van schoonmama. Verder werden 17 ramen vervangen, die hadden nog enkel glas. We zullen het aan de gasrekening gaan merken, hoop ik.
Toen we hier kwamen wonen was het huis wit, met blauwe accenten. Dat blauw hebben we later al eens vervangen door antraciet, wat naar onze smaak een stuk beter bij het huis paste. Na alle verbouwingen kwam in april de volgende fase. De gevel werd gezandstraald. Alle witte verf eraf, terug naar de kale baksteen. Daarna werd de hele gevel opnieuw gevoegd. Een flinke operatie, maar het resultaat mocht er zijn: een prachtig schoon en opnieuw gevoegd bakstenen huis. Je zou zeggen: klaar. Nou, nee dus. Want nu staat het huis alweer volledig in de steigers en zijn de schilders bezig om die zorgvuldig kaal gemaakte bakstenen opnieuw wit te schilderen. Je moet het maar bedenken.
Toch is het niet helemaal terug naar af. We hebben inmiddels een heel ander beeld voor ogen. De grote vlakken van het huis worden wit (RAL 9010). Alle uitstekende en bijzondere delen van het metselwerk krijgen antraciet (RAL 7021). Daardoor worden de details van de gevel veel sterker zichtbaar dan vroeger. En de pinakels boven op het huis? Die worden juist weer mooi wit.
Het begint er steeds meer op te lijken dat we niet zomaar een huis hebben, maar een tamelijk groot driedimensionaal kleurboek. Wit hier. Antraciet daar. Nee, dát stukje wit. En dat randje toch weer antraciet. Maar het resultaat begint zich inmiddels goed af te tekenen en we vinden het prachtig. Het wit maakt het huis fris en licht, terwijl het antraciet alle bijzondere vormen van de gevel accentueert. Details die vroeger minder opvielen, springen er ineens uit.
Op dit moment moeten we daar nog wel een beetje doorheen kijken, want het hele huis staat verstopt achter een indrukwekkende hoeveelheid steigerbuizen. Nog een paar dagen en dan zijn ze weg. Dan kunnen we eindelijk aan de overkant gaan staan en zien of het plaatje dat we al die tijd in ons hoofd hadden ook werkelijk voor ons staat.
En dan zijn er natuurlijk nog de luiken. Vijf stuks. Die waren grijs en moeten uiteraard ook meedoen met het nieuwe kleurenschema: wit met een antraciete rand. Dat doen mijn lief en ik zelf. Dat leek ons wel een leuk klusje. Totdat we gingen rekenen. Ieder luik telt 35 latjes. Vijf luiken maal 35 is 175. Maar een luik heeft twee kanten en dus zijn het in werkelijkheid 350 latjes die onze persoonlijke aandacht vragen. En aandacht willen ze. Krabben, schuren, twee keer gronden en vervolgens twee keer aflakken in wit. Daarna moeten de randen ook nog twee keer in antraciet.
Er zijn momenten waarop je beter niet kunt uitrekenen hoeveel afzonderlijke handelingen dat bij elkaar zijn. Gelukkig doen we het samen. Terwijl de één schildert, kan de ander krabben of schuren of omgekeerd en zo komen we langzaam maar zeker door onze verzameling latjes heen. Samen gaat het niet alleen sneller, het is ook een stuk gezelliger. “Heb jij die al gehad? ”“Welke?” “Dat latje.” “Welk latje?” “Dat daar!” En dan zijn er nog 349. Maar ondertussen zien we het resultaat groeien. Het huis wordt steeds witter, de antraciete accenten komen tevoorschijn en ook de luiken beginnen er steeds meer uit te zien zoals we ze voor ogen hadden. Als straks de steigers verdwijnen en de vijf luiken weer op hun plaats hangen, is het project eindelijk compleet. Dan kunnen we achteroverleunen, naar ons huis kijken en tevreden tegen elkaar zeggen: “Zo. Dat is klaar.”
En daarna vooral heel snel naar binnen gaan. Voor we weer iets zien wat óók nog wel een likje verf kan gebruiken.