Soms hoef je helemaal niet ver weg om toch het gevoel te hebben dat je er echt even uit bent. Van 9 tot en met 12 september trokken wij daarom richting Midden-Nederland. Geen Schiphol, geen koffers van twintig kilo en geen gedoe met paspoorten. Gewoon de auto in en op weg naar Leersum, waar huisje 66 op Molecaten Park Landgoed Ginkelduin vier dagen lang onze uitvalsbasis zou zijn.
We waren nog maar nauwelijks op het park aangekomen of de telefoon ging. Thuis was na een heftige regenbui de stroom uitgevallen. Dat is altijd prettig als je zelf een kleine 150 kilometer verderop zit. Gelukkig hebben we vrienden die niet alleen vriendelijk zijn, maar ook bereid zijn om in actie te komen. Zij gingen poolshoogte nemen en kregen het probleem weer opgelost. Hoe die stroomstoring precies is ontstaan, moeten we thuis nog maar eens nader onderzoeken. Een vakantie beginnen met de gedachte dat thuis alles donker is, geeft toch net een andere dimensie aan het begrip ‘er even tussenuit’.
Huisje 66 bleek een simpel optrekje, maar wel doelmatig. Het park ligt prachtig tussen de bomen en is bovendien autoluw. Heerlijk rustig dus. Diezelfde bomen hebben ook een klein nadeel: binnen is het behoorlijk donker. Maar aangezien we niet naar Leersum waren gekomen om vier dagen op de bank in huisje 66 te zitten, vonden we dat niet zo’n probleem. We slapen er tenslotte voornamelijk.
Een van de redenen voor onze trip was dat mijn lief een dag en een nacht op bezoek zou gaan bij haar vriendin Karin, die in Maarn op een EuroParcs verbleef. Maar voordat het zover was, moest er natuurlijk eerst aan een andere vaste traditie worden voldaan: kringloopwinkels bezoeken. Waar een ander rechtstreeks van A naar B rijdt, weten wij daar moeiteloos A via C, D en E van te maken, mits zich daar ergens een kringloopwinkel bevindt. De eerste avond sloten we, zoals we dat vaker doen wanneer we ergens een paar dagen verblijven, af bij de Chinees. In Leersum ditmaal. Er kwamen wel wat mensen afhalen, maar wij waren de enige gasten die daadwerkelijk aan een tafeltje gingen zitten. We kozen voor Tipan-gerechten en die waren heerlijk. Zoals zo vaak bij de Chinees waren de porties alleen berekend op mensen met aanzienlijk meer opslagcapaciteit dan wij. Toch bleek er na afloop nog ergens een geheim vakje in de maag te zitten. Een bananasplit paste er namelijk wonderwel nog in.
De volgende ochtend reden we samen naar Karin. Koffie natuurlijk, en bij koffie hoort gebak. Althans, zo hebben wij dat ooit afgesproken en aan dat soort afspraken moet je niet gaan tornen. Daarna stapten de dames op de fiets en ging ik mijn eigen weg. Mijn bestemming was Kasteel Amerongen. Ik arriveerde precies op tijd om nog mee te kunnen met een rondleiding en daar heb ik geen moment spijt van gehad. Wat een geweldige plek. Onze gids wist het verleden op zo’n manier naar het heden te halen dat geschiedenis ineens geen verzameling jaartallen meer is. In Kasteel Amerongen verbleef de Duitse keizer Wilhelm II nadat hij in 1918 naar Nederland was gevlucht. Hij woonde er ongeveer anderhalf jaar en ondertekende er zijn akte van troonsafstand. Daarna verhuisde hij in mei 1920 naar het nabijgelegen Huis Doorn. Tijdens de rondleiding kregen we de handtekening onder die troonsafstand te zien. Een forse krabbel waar je niet zomaar overheen kijkt. Ik moest onmiddellijk denken aan de al even opvallende handtekening die Donald Trump tegenwoordig onder zijn wetten en decreten zet. Andere tijd, andere machthebber, andere omstandigheden — maar kennelijk hoort bij grote macht soms ook een grote handtekening.
’s Avonds kwamen we weer bij elkaar en aten we gezamenlijk bij restaurant ’t Vosje in Maarn. Alles klopte: het eten was lekker, de sfeer uitstekend en het was vooral bijzonder gezellig. En soms zit de leukste verrassing in iets heel kleins. Bij het afrekenen kregen we een kaartje mee waarop met de hand geschreven stond: ‘Gezellig dat jullie er waren & wel thuis!’
Kijk, daar word ik dan weer blij van. Geen ingewikkelde marketingcampagne, klantenbindingsprogramma of digitale enquête met de vraag of je het restaurant op een schaal van één tot tien zou aanbevelen. Gewoon een handgeschreven kaartje. Leuk toch?
De volgende ochtend gingen we opnieuw bij Karin op de koffie. Daarna reden we naar Veenendaal. Daar bezochten we de Engelaanhof, een plek die voor mijn lief een heel andere betekenis heeft dan de toeristische bezienswaardigheden van de dagen ervoor. De hof is vernoemd naar haar opa, die tijdens de oorlog verzetsstrijder was en daarom werd gefusilleerd. Achter zo’n straatnaam of hofje kan dus een complete familiegeschiedenis schuilgaan. In dit geval een bijzonder trieste. Daarna werd het programma weer wat luchtiger. In Bennekom moesten nog wat spullen worden opgehaald die via Marktplaats waren gekocht. Vervolgens naar Wageningen, waar we lunchten en natuurlijk even op de kiek gingen bij Hotel de Wereld. Alweer zo’n plek waar de Nederlandse geschiedenis bijna tastbaar aanwezig is. Het contrast met een paar uur eerder was bijzonder: eerst de persoonlijke oorlogsgeschiedenis van de familie bij de Engelaanhof en daarna Hotel de Wereld, onlosmakelijk verbonden met het einde van de Duitse bezetting in Nederland.
Voor onze laatste dag hadden we een cultureel verantwoord plan bedacht. Het was Monumentendag, dus wat lag er meer voor de hand dan onderweg nog een aantal monumenten te bezoeken? Een uitstekend voornemen. Het werden kringloopwinkels. Daarna zetten we koers naar huis, benieuwd of daar de stroom nog gewoon uit de stopcontacten kwam en met opnieuw wat spullen in de auto waarvan we een paar dagen eerder nog niet wisten dat we ze nodig hadden.
Vier dagen Midden-Nederland leverden zo een wonderlijke combinatie op van een stroomstoring, vriendinnenbezoek, fietsen, Chinees eten, banana-royal, keizer Wilhelm II, Donald Trump, familiegeschiedenis, Hotel de Wereld, Marktplaats en vooral veel kringloopwinkels.