Soms tref je een gids die niet alleen zijn verhaal vertelt, maar er ook zichtbaar plezier in heeft. Zo eentje hadden wij laatst op Kasteel Amerongen. Hij legde graag verbanden tussen het verleden en het heden en liet ons daar zelf een beetje over nadenken. Zo kwamen we natuurlijk terecht bij de Duitse keizer Wilhelm II, die na de Eerste Wereldoorlog naar Nederland vluchtte en op Kasteel Amerongen zijn troonsafstand tekende. De gids wees ons op de enorme handtekening onder de akte. “Waar doet die jullie aan denken?” We hoefden niet lang na te denken. Aan de handtekening van Donald Trump natuurlijk. Ook zo’n hedendaagse machtshebber die met een paar forse halen duidelijk wil maken: hier ben ik. Wanneer zou Trump eigenlijk zijn eigen ‘troonsafstand’ tekenen? En zou de wereld dan ook verlost zijn van zijn grilligheden? Oorlogen zouden snel worden beëindigd en nieuwe oorlogen zouden er niet komen. Dat klonk allemaal mooi, maar de werkelijkheid blijkt toch wat ingewikkelder. Het is inmiddels 25 jaar geleden dat Nine Eleven de wereld op zijn kop zette. Dat was ook het moment dat ik als docent terugkeerde bij De Haagse Hogeschool en een paar dagen later werd ik 50. Een kwart eeuw later zijn er nog steeds grote conflicten en oorlogen. Soms vraag ik me af: wanneer houden ze daar nu eens mee op? Ik ben ondertussen 75, al 8 jaar met pensioen en nu lid van XNet.

Terug naar Kasteel Amerongen waar het gelukkig niet alleen over keizers, presidenten en oorlogen ging. Minstens zo interessant vond ik de verhalen over het onderhoud van het kasteel en alles wat daarin staat, ligt en hangt. Want een eeuwenoud kasteel blijft niet vanzelf eeuwenoud. De vrijwilligers besteden enorm veel tijd aan het behoud van de inboedel. Zo worden de oude zijden gordijnen voorzien van een extra beschermende laag. Heel precies werk, want zonder dat onderhoud zou de kwetsbare stof uiteindelijk vergaan. In de bibliotheek was het vloerkleed verdwenen. Niet versleten en ook niet gestolen. Het lag in de vriezer! Dat blijkt een prima manier om eventueel ongedierte in zo’n oud kleed te bestrijden. En dan al die honderden boeken. Die boeken worden regelmatig één voor één uit de kast gehaald en doorgebladerd. Niet omdat de vrijwilligers zo nodig willen weten hoe het verhaal afloopt, maar om te controleren of er geen zilvervisjes of andere ongewenste bewoners tussen de bladzijden zijn gaan huishouden.

Terwijl de gids daarover vertelde, moest ik ineens denken aan mijn eigen jeugd. Mijn vader was chef technische dienst van een textielfabriek in Leiden. In de vakantieperiode ging de fabriek drie weken dicht. De productie stopte, maar de technische dienst werkte gewoon door. Juist dan was er tijd om machines grondig te onderhouden en reparaties uit te voeren. En ook ik had in die weken een belangrijke taak. In de wasmachines zaten grote houten walsen. Die moesten tweemaal per dag worden natgehouden. Gebeurde dat niet, dan droogde het hout uit en konden de walsen onbruikbaar worden. Dus waar anderen vakantie vierden, was ik al die weken in de fabriek en stond ik ’s morgens en ’s middags achter de waterslang. Ik deed daarnaast nog wat andere klusjes en aan het einde van iedere week volgde mijn beloning: een echt loonzakje. Met daarin contante guldens én een heus loonstrookje. Wat voelde ik mij belangrijk. Pas veel later begreep ik dat mijn loonzakje helemaal niet door de loonadministratie van de fabriek was gevuld. Mijn vader stopte het geld er gewoon zelf in. Ach, wat maakt het uit. Ik was er blij mee.

Toen ik wat ouder was, kwam ik tijdens de schoolvakanties wél officieel in dienst van de fabriek. Overdag reed ik als bijrijder mee op de vrachtwagen en ’s avonds was ik portier. Als om elf uur ’s avonds iedereen het pand had verlaten, moest ik nog een laatste ronde maken door de fabriek en de kantoren. Met een prikklok liep ik langs de verschillende controlepunten om te kijken of er nergens gekke dingen waren gebeurd.

Geen beveiligingscamera’s, geen bewegingssensoren en geen app op een mobiele telefoon. Gewoon een jongen, een grote lege fabriek en een prikklok. In de zomervakantie vóór mijn zestiende verjaardag verdiende ik daarmee 850 gulden. Voor mij een kapitaal. Ik wist precies wat ik ermee ging doen. In september kocht ik een splinternieuwe Thomos. Mijn eigen brommer. Vrijheid op twee wielen, betaald met geld dat ik zelf had verdiend.

En nu ben ik 75 geworden. Negenenvijftig jaar later sta ik niet in de fabriek maar in Kasteel Amerongen te luisteren naar verhalen over zijden gordijnen die beschermd moeten worden, vloerkleden die de vriezer in gaan en boeken die regelmatig worden doorgebladerd. En ineens blijken een oud kasteel en de textielfabriek van mijn vader helemaal niet zo ver uit elkaar te liggen. Wat je wilt bewaren, moet je onderhouden. Dat geldt voor kastelen, gordijnen, boeken, machines en houten walsen. En misschien nog wel het meest voor herinneringen. Die hoeven gelukkig niet in de vriezer. Je moet ze alleen af en toe even tevoorschijn halen. En als je dat op je 75e nog kunt, blijken sommige herinneringen na 59 jaar nog verrassend goed geconserveerd.