|
Langzaam verdwijnt de zomer van de kalender. Officieel leven we inmiddels in de herfst, maar de zomer zelf lijkt daar nog niet helemaal van overtuigd. Afgelopen week was het heerlijk weer en ook de komende dagen blijven de temperaturen voor de tijd van het jaar behoorlijk zomers. De korte broek hoeft dus nog niet helemaal achter in de kast en de verwarming mag voorlopig nog even uitblijven. Mij hoor je daar niet over klagen. Maar toch vraag je je af: is dit nu klimaatverandering of gewoon een mooie nazomer? De zomer van 2026 was in ieder geval uitzonderlijk. Met gemiddeld 19,3 graden was het volgens het KNMI zelfs de warmste Nederlandse zomer sinds het begin van de metingen in 1901. En ook september doet aardig mee: tot en met 25 september lag de gemiddelde temperatuur in De Bilt op 16,6 graden, tegen 14,7 normaal. En dan hebben we ook nog El Niño. Niet zomaar eentje, want boven de Stille Oceaan ontwikkelt zich momenteel een zeer sterke El Niño. De Amerikaanse klimaatdienst NOAA schat de kans op een zeer sterke El Niño deze herfst en winter op meer dan 90 procent. Wat wij daarvan in Nederland precies gaan merken, is veel minder eenvoudig te voorspellen. Het KNMI benadrukt dat de gevolgen van El Niño sterk verschillen per gebied en seizoen. Dus of de schaatsen deze winter uit het vet moeten of dat we de korte broek kunnen aanhouden? Afwachten maar. Ondertussen houd ik mij met heel andere zaken bezig. Tijdens ons laatste tripje heb ik namelijk weer een aantal boeken gescoord van Tom Poes en Ollie B. Bommel. Dat was alweer even geleden. Tussen de aanwinsten zaten ook boeken van Koning Hollewijn, Panda en Kappie. Allemaal figuren uit de wereld van Marten Toonder (1912–2005). Dat was meteen een goede aanleiding om mijn hele verzameling weer eens door te nemen. Even kijken wat ik precies heb, controleren of alles goed genoteerd staat en natuurlijk de nieuwe aanwinsten toevoegen. Nou, dat heb ik geweten. Want in de loop der jaren blijkt er nogal wat te zijn binnengekomen. Natuurlijk heb ik heel veel boeken met de verhalen zelf, maar daarnaast ook boeken óver Heer Bommel en zijn geestelijk vader. Autobiografieën, naslagwerken, reisgidsen, een kookboek en nog veel meer. En dan hebben we het alleen nog maar over de boeken. Want een verzamelaar blijft natuurlijk niet bij boeken alleen. In huis bevinden zich inmiddels ook de nodige Bommelprullaria: blikken, bekers, scheurkalenders, kinderpostzegels uit 2021 en zelfs mondkapjes uit de coronatijd. Wie wat bewaart, die heeft wat. Er is bovendien nog een doos vol met originele krantenknipsels uit De Telegraaf. Marten Toonder maakte tussen 1941 en 1986 maar liefst 177 verhalen van Tom Poes en Heer Bommel, samen goed voor 11.768 afleveringen in de krant. Maar misschien is het mooiste van al die verhalen niet eens de hoeveelheid. Het is de taal. Toonder was een meester in het bedenken en gebruiken van woorden. Sommige van zijn vondsten zijn zelfs onderdeel geworden van onze taal. Denk aan minkukel, denkraam, breinbaas en bovenbaas. Er bestaat zelfs een Bommellexicon waarin honderden van die bijzondere woorden en uitdrukkingen zijn verzameld. Er zijn uitspraken die je onmiddellijk met Heer Bommel associeert. Als u begrijpt wat ik bedoel. Of: Ach mallerd. En wanneer de toestand uit de hand loopt, is er altijd nog het gevoel dat het tijd wordt dat Heer Bommel zelf de leiding neemt. Dat soort taal maakt dat de verhalen, ook zoveel jaren later, nog steeds leuk zijn om te lezen. Je kunt een oud Bommelboek openslaan en ineens een woord tegenkomen waarvan je denkt: dat zouden we eigenlijk weer moeten gaan gebruiken. Mijn verzameling is inmiddels weer gecontroleerd, bijgewerkt en uitgebreid. Althans, voor dit moment. Want een echte verzameling is natuurlijk nooit af. Er ontbreekt altijd nog wel een boek, een uitgave of een curiositeit waarvan je tot gisteren niet eens wist dat die bestond. Als u begrijpt wat ik bedoel. |