Oktober begon voor mij meteen met een kleine teleurstelling. Op 1 oktober bleek namelijk dat ik de Staatsloterij wéér niet had gewonnen. Jammer, want elke maand € 10.000 op de rekening had ik best aardig gevonden. Ik had er vast wel een bestemming voor kunnen bedenken. Maar goed, het mocht niet zo zijn. We gaan dus gewoon verder zoals we bezig waren. Eigenlijk ook wel zo overzichtelijk.

Een dag later dwalen mijn gedachten traditiegetrouw af naar Leiden. Want als ras-Leidenaar zijn 2 en 3 oktober dagen die je niet zomaar vergeet: Leidens Ontzet!

Op 2 oktober begon voor mij vroeger het feest pas echt met de Taptoe. Sportverenigingen en allerlei andere clubs trokken in hun eigen tenue door de stad en konden zo aan heel Leiden laten zien wie ze waren. Met fakkels, muziek en de nodige muziekkorpsen tussendoor was dat ieder jaar weer een happening. Zelf heb ik weleens meegelopen met de basketbalvereniging Bona Stars. En na de Taptoe? Natuurlijk naar de kermis, want die was inmiddels geopend.

Op 3 oktober moest je vroeg uit de veren. Eerst de reveille en daarna stonden heel veel Leidenaren in de rij voor de traditionele haring en wittebrood. Vervolgens begon voor mij een lange dag op de kermis. Het geld dat ik het hele jaar had opgespaard, mocht er die ene dag doorheen. Tussendoor even naar huis, want er moest natuurlijk hutspot worden gegeten. Daarna snel weer terug naar de kermis. Om elf uur ’s avonds was daar het vuurwerk. Dan wist je: 3 oktober zit er weer op. Morgen begint het sparen voor de volgende editie.

Nu we in Zeeland wonen, is Leidens Ontzet letterlijk wat verder weg. De herinneringen blijven, maar begin oktober staat hier iets heel anders centraal: de Kustmarathon Zeeland.

Op zaterdag gaan ruim 2.500 hardlopers op pad voor 42 loodzware kilometers. Vanuit Burgh-Haamstede gaat het richting de Oosterscheldekering, daarna verder richting Vrouwenpolder en uiteindelijk wacht ook nog het strand voordat de finish in Zoutelande wordt bereikt. Alleen al als ik de route beschrijf, word ik moe.

En op zondag zijn de wandelaars aan de beurt. Ook zij leggen die ruim 42 kilometer af. Dit jaar treffen ze prachtig wandelweer, maar dat is bepaald niet altijd zo. Vorig jaar bijvoorbeeld was er storm, windkracht 7 en regen. Dan is zeven, acht, negen of zelfs tien uur wandelen ineens een heel ander verhaal. De Zeeuwse kust is prachtig, maar met windkracht 7 recht tegen je in waarschijnlijk nét iets minder. Ik vind het jammer dat ik zulke afstanden zelf niet meer kan wandelen. Anders had ik zeker een keer meegedaan. Sterker nog: jaren geleden had ik me daadwerkelijk voor de Kustmarathon ingeschreven. Helaas raakte ik geblesseerd en moest ik mijn startbewijs overdoen aan iemand anders. Mijn deelname bleef daardoor beperkt tot goede voornemens. Wie weet was dat achteraf maar goed ook. Want 42 kilometer wandelen over asfalt, duinen en strand is toch iets anders dan een middagje over de Leidse kermis slenteren.

En tussen al dat Leidse en Zeeuwse geweld door is er op 4 oktober ook nog Werelddierendag. Dus krijgen Jip en Molly wat extra aandacht. Al vermoed ik dat zij zelf van mening zijn dat het eigenlijk iedere dag dierendag zou moeten zijn.

Zo heeft het eerste weekend van oktober voor mij van alles in zich. Een Staatsloterij die me opnieuw niet rijk maakte, herinneringen aan haring, wittebrood, hutspot en de kermis in Leiden, onze eigen Jip en Molly én duizenden sportievelingen die zich langs de Zeeuwse kust in het zweet werken. Van Leiden naar Zeeland is een flinke stap geweest. Maar op zo’n eerste weekend van oktober komen die twee werelden toch weer even mooi bij elkaar. En die € 10.000 per maand? Ach, volgende trekking maar weer.